Voor de meeste statushouders begint het nieuwe leven in de gemeente met een grote mate van financiële onzekerheid. Omdat zij over het algemeen nog geen betaald werk hebben op het moment dat zij vanuit de opvanglocatie naar hun eerste zelfstandige woning verhuizen, zijn zij in eerste instantie vaak volledig aangewezen op een bijstandsuitkering om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
De benchmarkcijfers bevestigen dit beeld: gemiddeld heeft 77% van de statushouders onder de Wi2021 (in de leeftijd van 18 tot 67 jaar) een bijstandsuitkering. Hoewel de focus in de eerste fase van huisvesting vaak ligt op de inburgering en de brede intake, worden ook de eerste stappen richting de arbeidsmarkt gezet. Gemiddeld heeft inmiddels 19% van de Wi2021-statushouders betaald werk. Van deze werkende groep is er bovendien sprake van een substantieel arbeidsvolume: bij meer dan de helft van hen bedraagt dit meer dan 0,3 fte.
Graadmeter
Een belangrijke indicator in de benchmark is het aandeel statushouders ten opzichte van het totale aantal bijstandsontvangers in een gemeente. Gemiddeld maken statushouders onder de Wi2021 momenteel 10% uit van het totale lokale bijstandsbestand. Dit percentage is een belangrijke graadmeter voor de impact op de lokale uitvoering en de belasting van de sociale dienst.
Benchlearning
Door deze cijfers op regionaal niveau te spiegelen aan de benchmark, ontstaat er inzicht in hoeverre de verhoudingen afwijken door bijvoorbeeld de specifieke populatiesamenstelling of regionale verhuisbewegingen. Deze vergelijking nodigt uit tot benchlearning: samen onderzoeken we het verhaal achter de cijfers en kijken we waarom in de ene regio de uitstroom naar werk of onderwijs sneller verloopt dan in de andere.