Cookies 🍪

Deze site gebruikt cookies waar we je toestemming voor nodig hebben. Meer informatie

Doorgaan naar content
Publicaties

Analyses uitstroom 2021-2025

Werk & Inkomen

Gepubliceerd op: 27 oktober 2026 | Laatste update: 27 oktober 2026

In 2021 publiceerde de Divosa Benchmark een analyse over de in-, uit- en herinstroom in de bijstand over de periode 2016 tot en met de eerste helft van 2021. Die publicatie liet zien dat het bijstandsbestand sterk afnam tussen 2017 en 2020. In 2020 steeg het volume vanwege de coronacrisis, waarna het in de eerste helft van 2021 opnieuw licht afnam.

Inmiddels zijn we vijf jaar verder. In de periode 2021-2025 zien we dat het totaal aantal personen met een bijstandsuitkering per saldo juist weer is toegenomen en dat zowel het in- als het uitstroompercentage een dalende trend vertoont.

Waar de vorige publicatie ook inging op achtergrond van de instroom en herinstroom, richt 'Analyses uitstroom 2021-2025' zich specifiek op de uitstroom uit de bijstand in de periode januari 2021 tot en met december 2025. Hieronder lees je de samenvatting.

Bijstandsvolume groeit, dynamiek neemt af

In de periode 2021-2025 is het totale bijstandsvolume per saldo toegenomen: het aantal bijstandsgerechtigden steeg naar een index van 103,8 in december 2025 (+3,8% ten opzichte van januari 2021). Tegelijkertijd vertonen zowel de in- als uitstroompercentages een dalende trend, waarbij het bestand vanaf eind 2022 groeit doordat de instroom op veel momenten boven de uitstroom ligt.

Jongeren zorgen voor de meeste dynamiek, bestand vergrijst verder

Over het algemeen geldt: hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner de kans op uitstroom. Jongeren van 18 tot 27 jaar vormenten opzichte van de totale uitstroom met 22,5% de grootste groep uitstromers (terwijl deze groep slechts 9,9% van het bijstandsvolume is), 65-plussers vormen met 8,7% juist de kleinste groep van de uitstroom.

De uitstroomkans is met 3,1% het gunstigst voor jongeren en daalt stapsgewijs met de leeftijd naar 0,6% voor 55- tot 65-jarigen (65-plussers stromen met 3,0% vaker uit vanwege het bereiken van de AOW).

Ten opzichte van de vorige publicatie is het bestand verder vergrijsd: het volumeaandeel van 55-plussers steeg van 24,4% naar 30,4% ten opzichte van het totale bestand, en ook in de uitstroom nam hun aandeel toe (van 15,5% naar 20,2%).

Meer mannen in de uitstroom, verschillen naar leefvorm

Hoewel de totale bijstandspopulatie gelijk verdeeld is tussen mannen en vrouwen (beide 50,0%), stromen er verhoudingsgewijs meer mannen uit (53,4% van de uitstroom is man). De gemiddelde uitstroomkans voor mannen (1,4% in 2025 ten opzichte van het totaal aantal mannen met een bijstandsuitkering) ligt net iets hoger dan voor vrouwen (1,3%).

Alleenstaande vrouwen hebben samen met alleenstaande moeders de laagste uitstroomkans (1,2%). Bij echtparen hebben vrouwen met 1,9% juist een grotere uitstroomkans dan mannen (1,5%).

Opvallend is dat bij jongeren (18–27 jaar) en 65-plussers vrouwen inmiddels een fractie makkelijker uitstromen dan mannen, terwijl in de vorige publicatie mannen in alle leeftijdsklassen voorop liepen.

Langdurig bestand groeit: helft zit langer dan vijf jaar in de bijstand

De uitstroomkans slinkt sterk naarmate iemand langer een uitkering ontvangt: van 4,3% bij een verblijfsduur tot 3 maanden naar 0,7% bij een verblijfsduur van meer dan 60 maanden. De helft van de totale bijstandspopulatie over de periode 2021-2025 zat langer dan vijf jaar in de bijstand (50,2%), maar deze groep levert slechts 24,3% van de uitstroom op.

Omgekeerd zorgt de groep met een korte verblijfsduur (tot één jaar) voor 38,4% van de uitstroom, terwijl zij maar 14,6% van het volume vormt. Het bestand 'vergrijst' daarmee ook in verblijfsduur: het aandeel bijstandsgerechtigden dat al meer dan vijf jaar in de bijstand zit, groeide tussen 2021 en 2025 van 46,0% naar 53,8%.

Werk blijft belangrijkste reden, zelfs bij lange verblijfsduur, maar daalt wel

Werk blijft veruit de belangrijkste uitstroomreden, maar ten opzichte van de periode 2016–2021 is het aandeel uitstroom naar werk wel gedaald (van 41,1% naar 37,1%). Ook uitstroom vanwege handhaving nam af (van 10,3% naar 7,0%), terwijl het aandeel uitstroom wegens het bereiken van de AOW-leeftijd juist steeg naar 7,3%.

Wat verder opvalt is dat een langer verblijf in de bijstand er niet voor zorgt dat de kans op uitstroom naar werk sterk afneemt. Bij een verblijf tussen de zes maanden en vijf jaar blijft het aandeel uitstroom naar werk rond de 40% liggen. Zelfs van de personen die na meer dan vijf jaar uitstromen, verlaat nog 25% de bijstand vanwege werk (voornamelijk 35- tot 55-jarigen). Bij deze groep is daarna het bereiken van de AOW-leeftijd de grootste reden van uitstroom (23%).

Jenny Vlemmings

Contactpersoon

Jenny Vlemmings , projectleider Preventie van geldzorgen en projectleider Divosa Benchmark

jvlemmings@divosa.nl 06-28840263